Uitgangspunten

Prettig en veilig klimaat, in en om de school

Het personeel wil in een prettig klimaat werken vanuit een gezamenlijke visie op het onderwijs. Dat houdt onder meer in dat men elkaar waardeert, respecteert en helpt en ieders deskundigheid zo goed mogelijk gebruikt. Men staat open voor elkaar en men is bereid tot onderling overleg over leerlingen, het vak en scholing in kennis en vaardigheid. Dat is treffend op deze school. Bij dit open klimaat past ook intensieve samenwerking met ouders. Ouders en school zijn immers samen aan het werk om het kind de goede ontwikkeling te bieden. De school kent de volgende algemene doelstellingen en uitgangspunten:

  • Ieder mens is uniek; alle mensen zijn verschillend; alle mensen zijn gelijkwaardig; ieder mens is medeverantwoordelijk voor de samenleving;
  • De kinderen doorlopen een ononderbroken ontwikkelingsproces. Dit betekent dat de school rekening houdt met verschillen tussen leerlingen en dat zittenblijven zoveel mogelijk voorkomen wordt
  • Binnen het onderwijs wordt er van uitgegaan dat de kinderen opgroeien in een samenleving waarin meerdere culturen bestaan. De school stimuleert de kinderen in het onderkennen, erkennen en waarderen van cultuurverschillen.
  • Het onderwijs richt zich op het stimuleren, ondersteunen en leiden van leerlingen in:
    • hun emotionele ontwikkeling (omgaan met gevoelens)
    • het verwerven van culturele vaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en taal
    • het verwerven van kennis
    • hun ontwikkeling van verstandelijke vermogens
    • het verwerven van sociale vaardigheden (omgaan met anderen)
    • hun creatieve ontwikkeling
    • het verwerven van lichamelijke vaardigheden (bewegingsonderwijs)
    • hun zintuiglijke ontwikkeling (vooral bij jongere leerlingen)
    • het zoveel mogelijk zelfstandig kunnen werken, met eigen verantwoordelijkheid voor het leerproces

Wij leggen een stevige basis voor het succesvol vervolgen van de schoolloopbaan in het voortgezet onderwijs. Daarbij houden wij rekening met het instapniveau van de verschillende vormen van voortgezet onderwijs. Wij willen ook bijdragen aan de opvoeding van de leerlingen tot verantwoordelijke, zelfstandige, mondige, hulpvaardige en solidaire mensen. Vandaar dat er binnen school afspraken zijn om dit te bereiken. Deze afspraken worden regelmatig onder de aandacht gebracht en besproken.

De start van leerlingen op de school

In de aanloop naar de 4e verjaardag van een kind, worden de ouders van harte uitgenodigd voor een kennismakingsbezoek aan onze school. Tijdens zo’n bezoek kunnen ouders de sfeer proeven, kennismaken met de schoolorganisatie en met directeur en personeel van gedachten wisselen over de school- en kindvisie. Een nieuwe leerling kan voor de vierde verjaardag maximaal vijf dagen naar de basisschool. Dan kan het kind wennen aan de nieuwe omgeving en kan de overgang van de peuterspeelzaal of crèche naar de basisschool zo soepel mogelijk verlopen.

PeuterPas

Vanaf de leeftijd van 3 jaar is het mogelijk om, zonder verplichtingen, kennis te maken met de basisschool. Veel kinderen in die leeftijd vinden het leuk om naar school te gaan en het is voor de ouders een mooie gelegenheid om de school te ervaren. Hoe wordt er gewerkt, wat is Onderbouwd precies? Meer informatie en aanmelding kan via www.peuterpas.nl

Informatie
Peuterpas

Zij-instromers, leerlingen die van een andere school komen.

Van kinderen die tussentijds instromen in één van onze groepen, winnen we via een oudergesprek en contacten met de aanleverende school zoveel mogelijk informatie in. Daarbij is er contact met de Intern Begeleider en de groepsleerkracht van de aanleverende school. Er moet bij binnenkomst een onderwijskundig rapport van de vorige school overhandigd worden. Dit gebeurt in het kader van een goede opvang en begeleiding van de nieuwe leerling.

Schoolafspraken

Wij vinden het belangrijk dat kinderen met plezier naar school gaan. Zij brengen daar tenslotte zo’n 7500 uur door van hun 4e tot hun 12e jaar. Wij moeten zorgen voor een goede omgeving, maar kinderen hebben daar zelf ook een groot aandeel in, net als de volwassenen. Wij willen kinderen veel leren en laten merken dat leren “leuk” is. Dat willen wij hen bijbrengen in een goed schoolklimaat met een open sfeer, waarin ruimte is voor waardering en respect. Tegelijk moet er kritiek en correctie mogelijk zijn, om het gewenste resultaat te behalen. Zonder roddelen, schelden of kinderen “af te laten gaan”, moet gedrag en optreden besproken worden. Nabespreken van werk en de resultaten moet mogelijk zijn in een open vertrouwde sfeer en in een goede relatie met elkaar.

Begrippen als “orde, rust, veiligheid en netheid” spelen een hoofdrol op obsSprinkels. Een aantal standaard schoolafspraken helpt bij het bereiken van een veilige sfeer. Afspraken, die belangrijk zijn voor de duidelijkheid in de onderlinge relaties tussen leerlingen, leerkrachten, directie, stagiaires, ouders en alle anderen die zich binnen school met de leerlingen bezighouden. Het is wezenlijk dat deze afspraken door iedereen in en rondom het schoolgebouw gehanteerd worden en dat er direct gecorrigeerd wordt bij het niet nakomen daarvan. Wij vinden de volgende afspraken belangrijk

  • We luisteren naar elkaar.
  • We blijven van elkaar af.
  • We zijn eerlijk tegen elkaar.
  • Schelden? Nee hoor!
  • Iedereen hoort erbij.
  • Samen spelen, samen delen.
  • Je ruimt je spullen op.
  • We helpen elkaar.
  • We zorgen goed voor elkaar.
  • Iedereen geeft de ander de kans om rustig te werken

Om het pedagogisch klimaat goed vorm te geven, maken we gebruik van de methodiek van De Vreedzame School (zie hiervoor ‘Vreedzame School’).

Boeiend onderwijs

In onze school staan drie pijlers centraal: sociaal-emotionele ontwikkeling, cognitie en creativiteit. We streven naar het in balans zijn ervan. Deze balans willen bereiken door BOEIEND ONDERWIJS te geven aan élk kind. Wat belangrijk voor ons is in Boeiend onderwijs vindt u in de mindmap (klik op de illustratie voor een vergroting).

Een korte omschrijving voor wat Boeiend onderwijs voor ons betekent

Betekenisvol

School en omgeving zijn niet los te koppelen, kinderen leren van het leven. Er wordt in school niet alleen geleerd uit boeken of met computers, maar kinderen dienen kennis te maken met échte materialen binnen of buiten school. De doelstelling waarom we iets leren dient helder te zijn. Er dient aangesloten te worden bij de belevingswereld van kinderen.

Ontwikkelen van alle intelligenties

Bij meervoudige intelligenties wordt er vanuit gegaan dat elk mens zijn/haar intelligentie in te delen is naar 8 gebieden. Alle 8 gebieden dienen geprikkeld en gestimuleerd te worden. Niet alleen waar je goed in bent, maar zeker ook niet alleen wat het minst ontwikkeld is.

Veilige omgeving

Een veilige omgeving in onontbeerlijk om tot leren te komen… er moet een cultuur gecreëerd worden waar 'fouten maken mag', er goede relaties worden opgebouwd en er een basis van vertrouwen is.

Denkgewoonten / intelligent gedrag

Er dient gewerkt te worden aan denkgewoonten en intelligent gedrag: het denken dient van kwaliteit te zijn, er dient sprake te zijn van open communicatie, er dient ruimte te zijn voor het bespreken en omgaan met gevoelens en het aanleren van belangrijke attitudes.

Samenhang

Er dient binnen school duidelijk te worden dat een school werkt als een systeem. Dat zaken niet los te koppelen zijn van elkaar. Medewerkers van school dienen zich te richten op het denken in systemen (hierbij gebruik makend van middelen als grafieken, cirkels en lussen), samenhangen te zien en veelvuldig te brainstormen.

Samenwerken

Kunnen samenwerken is een belangrijke kwaliteit in de huidige samenleving. Kinderen dienen in de mogelijkheid te worden gebracht om in wisselende groepen te werken en de principes van coöperatief leren aangeleerd te krijgen. Hierbij belangrijk dat coöperatief leren geen methode is, maar een manier om in een les het lesdoel effectiever te bereiken.

Oefenen van hersenen

Het is belangrijk dat hersenen geoefend worden… indien hersenen niet veelvuldig gebruik worden, zullen hersenen zich ook minder goed ontwikkelen. Daarom dient er aandacht te zijn voor: het ontwikkelen van denken, het klimaat voor denken, het geven van lessen waarin denken centraal staat en ook lessen óver denken.

Leerstofaanbod

In een groep vormen minimumdoelen de basis van het leerstofaanbod. Binnen een weektaak wordt het leerstofaanbod gepland en uitgevoerd. Bij het bereiken van deze doelen heeft het ene kind meer begeleide instructie nodig dan het andere. De leerkracht houdt hier rekening mee en geeft kinderen de vrijheid te ontdekken en zelf verder te gaan met het werk, binnen de opdrachten van die dag of week. Er is differentiatie binnen de groep maar deze is niet onbeperkt, er wordt binnen een jaargroep met vijf niveaus gewerkt. Als de leerlingen zelfstandig werken, heeft de leerkracht tijd voor begeleiding en voor individuele en/of groepsgerichte aandacht. Voor de leerkracht betekent het bovenstaande, dat zij/hij de onderdelen van de didactische analyse nauwlettend in de gaten houdt; welke doelen streef ik na, waar kan ik beginnen, welke didactische werkvorm kies ik, welke leerstof en welke hulpmiddelen gebruik ik en hoe evalueer ik de vorderingen. De leerkracht geeft effectief instructie; kort en bondig.

De onderbouw

De “kleuterjaren” (groepen 1 en 2) zijn een belangrijk startpunt voor een succesvolle schoolloopbaan. Eerste vereiste is dat een kind zich veilig en plezierig voelt in de school. Dit betekent dat we in onze opvang en werkwijze de kinderen een vertrouwd gevoel willen geven. Dat we ze de ruimte geven om een “eigen plekje” te vinden binnen de school. Daarin past zowel rust, orde en regelmaat, als vrijheid in gebondenheid. In het kader van de voorschoolse educatie zorgen we voor een ‘warme overdracht’ vanaf de peuterspeelzaal of de BSO. Dit betekent dat we in een gesprek de kinderen doorspreken, zodat eventuele bijzonderheden worden meegenomen en er een doorgaande leerlijn ontstaat.

In de groepen 1 en 2 neemt de sociale- en emotionele ontwikkeling (met aspecten als zelfstandigheid, zelfredzaamheid, weerbaarheid, zelfvertrouwen, gemeenschapszin) van het kind een centrale plaats in. De stimulering van creativiteit, fantasie en spontaniteit draagt met name op dit ontwikkelingsgebied bij aan een positieve ontwikkeling van het kind. Het opdoen van (eigen) ervaringen, het ontdekkend leren, het leren door spelend en handelend om te gaan met de ruimte en het materiaal vormen de rode draad in de ontwikkeling van het kind in de eerste basisschooljaren. De aansluiting bij de persoonlijke belevings- en ervaringswereld van iedere kleuter is daarbij het centrale uitgangspunt. Vanuit het sociale en emotionele welbevinden van kinderen ontstaat zo een goede voedingsbodem voor andere ontwikkelingsgebieden zoals zintuiglijke ontwikkeling (b.v. luisteren, zien, waarnemen, onderscheiden….enz.), motorische ontwikkeling (b.v. bewegen, knippen, tekenen en schrijven) en verstandelijke ontwikkeling (het verwerven van kennis en vaardigheden). Het observeren en registreren van de ontwikkeling van de kleuter in al zijn facetten vinden wij van groot belang. Dit bevordert de mogelijkheden voor een gerichte stimulering, passend bij het ontwikkelingsniveau van ieder kind. In groep 2 wordt aan de leerlingen die het kunnen het aanvankelijk lezen aangeboden. Ook is hier aandacht voor rekenen, en schrijven, met name de schrijfhouding wordt goed aangeleerd. Kleuters leren lezen in groep 2 als zij daar aan toe zijn. In groep 3 wordt het lezen ook gestart en aan het eind van groep 3 kunnen alle leerlingen lezen. De doelen en activiteiten, noodzakelijk om bovenstaande te bereiken, halen we uit de methode ‘Onderbouwd’, welke in de school in ingevoerd.

In de groepen 3 en 4 wordt in jaargroepen vanuit de beheersing van de basisvaardigheden gewerkt aan het lezen, schrijven, en rekenen volgens de gekozen methoden. Er wordt, net als in de bovenbouw, in vijf niveaus gewerkt. Daarover staat hieronder uitleg. Aan het spelend leren wordt ook aandacht besteed. Mede door het coöperatief leren en het zelfstandig werken zitten de leerlingen vanzelfsprekend niet de hele dag op dezelfde plek.

De bovenbouw

Onze school heeft de afgelopen jaren bijna alle methoden vernieuwd. Alle methoden gaan uit van de kerndoelen (het vereiste kennis- en vaardigheidsniveau voor de verschillende leer- en ontwikkelingsgebieden) zoals deze door het Ministerie van Onderwijs zijn gesteld. Dit houdt in dat de methoden geënt zijn op modern onderwijs met zowel opdrachten en verdiepingsstof voor de meer begaafde leerling, als remediërende stof (speciale oefenstof om leerproblemen te verhelpen) voor de wat zwakkere leerling. Deze werkwijze gaat uit van een gezamenlijk (basis-) programma voor alle leerlingen. De groepsinstructie vormt de start. De mate van beheersing van de basisstof bepaalt het vervolg. Dit vervolg is meer individueel gericht. De leerling die er verder in zijn ontwikkeling is dan de anderen, krijgt opdrachten die een appèl doen op de grotere kennis, vaardigheid en intelligentie met verdiepingsstof die een uitdaging geeft. Sommige leerlingen krijgen extra oefenstof om het beheersingsniveau van de basisleerstof te versterken. Er zijn ook leerlingen die onvoldoende aansluiting vinden bij de basisstof. Deze krijgen extra oefenstof om de hiaten die er zijn weg te nemen. Deze vorm van onderwijs “op maat” wordt gevoed door observatie van het kind en de diagnostische toetsen en de Cito-toetsen, die regelmatig worden afgenomen. Deze toetsen geven aan of de leerstof voldoende wordt beheerst.

Meer- en hoogbegaafdheid

Kinderen die meer aan kunnen dan gemiddeld, worden zoveel mogelijk binnen de groepen begeleid. In groep 1 en 2 wordt gebruik gemaakt van ‘Pienter’, een programma naast de reguliere methode. In de groepen 3 t/m 7 biedt ‘Levelwerk’ materiaal om deze leerlingen in hun leerbehoefte te voorzien. Eén dag in de week kunnen hoogbegaafde leerlingen, samen werken aan uitdagende leerstof. Verwerking van deze stof vindt plaats in de eigen klas.

Uitgangspunt van Passend Onderwijs is dat alle kinderen succesvol zijn op school. Dat betekent dat alle kinderen onderwijs volgen dat bij hen past. Daarvoor hebben we het volgende nodig:

  1. Het onderwijs op de scholen is van goede kwaliteit
  2. Er is specialistische en toegankelijke ondersteuning voor kinderen die dat nodig hebben.
  3. Er zijn voldoende fysieke voorzieningen van goede kwaliteit.

Voor de specialistische en toegankelijke ondersteuning zijn de kinderen afhankelijk van goed onderwijs. Alle kinderen hebben recht op een dergelijke ondersteuning. Promes kiest daarom binnen passend onderwijs voor een kindgerichte aanpak ook bij “meerbegaafde” kinderen. In de groepssamenstelling en het leerstofaanbod zal rekening worden gehouden met kinderen die meer aankunnen; dit betekent niet “meer van hetzelfde”, maar zoeken naar andere uitdagingen.

Als leerkracht zie je steeds vaker leerlingen die andere uitdagingen nodig hebben dan het reguliere programma. Belangrijk is om je als leerkracht te verdiepen in de leerling wie hij is en wat hij wil en kan. Tijdens en voor de onderwijsaanpassingen is overleg met alle betrokkenen van groot belang: de IB er/de “plus”leerkracht, de leerling zelf en de ouders. Op elke school van Promes is de wijze waarop met deze groep kinderen wordt omgegaan beschreven. Omdat er binnen de scholen van Promes een grote diversiteit bestaat, zal dat per school verschillen.

Voor ons betekent dit dat we de kinderen met voor kinderen speciaal ontworpen lesmateriaal laten werken (Levelwerk). Alien Boersma is één dag in de week beschikbaar om de Sigmagroep te begeleiden.

Differentiatie, onderwijs op maat

Op school proberen wij zoveel mogelijk rekening te houden met de verschillen tussen kinderen. Binnen onze school bieden wij een vijftal niveaus aan, welke in een dag-/ weektaak aan de kinderen aangeboden worden. Deze werkwijze geeft de leerkracht de mogelijkheid om de leerlingen, na de start met een onderwijsaanbod op maat te geven. De school heeft zo binnen de groep een systeem van begeleiding voor leerlingen die vanuit hun gedrag en/of leerprestaties aparte aandacht nodig hebben. Dat kan zowel gaan om leerlingen met een leerachterstand als om leerlingen met een speciale begaafdheid.

Kinderen kunnen goed zelfstandig werken, waardoor de leerkracht tijd kan maken voor groepjes en individuele leerlingen, die begeleiding vragen. Kinderen leren ook van en met elkaar. Interactie tussen leerlingen en samenwerking zijn hierbij belangrijk. Coöperatief leren (zie hieronder) is een middel om effectief samen te werken.

De leerkracht geeft altijd effectieve instructie en begeleidt de leerlingen per groep of individueel en heeft door goed klassenmanagement de tijd en ruimte voor de begeleiding die leerlingen nodig hebben.

Zelfstandig werken

De leerlingen worden steeds tot productief leren, onder eigen verantwoordelijkheid, aangemoedigd: Zij moeten zich steeds de vraag stellen: Moet ik deze instructie volgen? Wat kan of moet ik nu doen? Hoe los ik dit probleem zelfstandig op? Kan iemand mij helpen?

Doelstellingen van dit zelfstandig werken zijn het ontwikkelen van taakbesef, het gevoel van zelfverantwoordelijkheid (autonomie), het vergroten van het probleemoplossend denken, het samenwerken met anderen (relatie) en het gevoel van bekwaam zijn om het doel te kunnen bereiken (competentie).

Coöperatief leren of samenwerkend leren

Hoe leert een mens?

De afgelopen twee jaar is onderzocht hoe wij een zo hoog mogelijk rendement op school kunnen behalen. Een methode daarvoor is coöperatief leren.

Coöperatief leren is een onderwijsmethode die gebaseerd is op samenwerking. Kenmerkend voor coöperatief of samenwerkend leren is de noodzaak voor de leerlingen om bij het uitvoeren van een leertaak met elkaar samen te werken. De groep wordt ingedeeld in kleine heterogene groepen en leerlingen. In deze coöperatieve leergroepen moeten zij met elkaar discussiëren over de leerstof, elkaar uitleg en informatie geven, elkaar overhoren en elkaars zwakke kanten aanvullen.

De achterliggende gedachte van deze vorm van leren is dat kinderen niet alleen leren van de interactie met de leerkracht, maar zeker ook van de interactie met elkaar. Coöperatief leren is niet een geheel nieuwe manier van werken maar een aanvulling op het didactische repertoire van de leerkracht en de methode.

Het coöperatief leren is niet alleen gericht op de ontwikkeling van de eigen persoonlijkheid en kennis maar juist ook om de ander verder te helpen met de kwaliteiten die het kind bezit. Binnen coöperatief leren worden de leerlingen uitgedaagd om zelf initiatief te nemen, een ander te helpen en problemen samen op te lossen. De leerkracht doet hierbij zelf bewust een stapje terug. Het werken aan een gedeelde verantwoordelijkheid was voor beide partijen een uitdaging maken door constructief en structureel te werken zijn er goede resultaten behaald. In iedere groep is coöperatief leren een vaste werkvorm.

Burgerschap

Doel van “burgerschap” is leerlingen die kennis, houding en sociale vaardigheden bij te brengen die nodig zijn om goed te kunnen functioneren in de samenleving. Binnen de openbare scholen in Meppel wordt burgerschap en sociale cohesie bevorderd in de dagelijkse praktijk. Het zit ingebakken in het handelen en denken van de personeelsleden. Tolerantie, respect, normen hanteren, grote hulpvaardigheid en goede omgangsvormen zijn uitgangspunten die de basis vormen voor het pedagogische klimaat op de scholen. Het zijn de uitgangspunten die invulling geven aan de identiteit van openbaar onderwijs. De kerndoelen voor “burgerschap” zijn geïntegreerd in de diverse vakken zoals die op de basisschool worden onderwezen. Ook het aanbod binnen het vakgebied geestelijke stromingen en de mogelijkheid tot het volgen van godsdienstonderwijs en humanistisch vormingsonderwijs leveren een bijdrage aan het realiseren van de doelstellingen van “burgerschap”.