5. De zorg voor kinderen

5.1  Plaatsing en opvang van nieuwe leerlingen

De toelating van een leerling tot de Reestoeverschool vindt plaats via een onderwijskundig rapport dat door de basisschool bij Commissie van Arrangeren (CA) wordt aangeleverd.

Naast een aanvraagformulier dat door de basisschool en de ouders wordt ingevuld, wordt alle relevante informatie over het kind aangeleverd bij deze commissie. Wanneer de Commissie Arrangeren een positief advies voor plaatsing geeft en de commissie van toewijzing de toelaatbaarheidsverklaring (TLV) afgeeft, is een leerling toelaatbaar tot een speciale basisschool. Na de uiteindelijke beschikking van de Commissie Toewijzing (CT), krijgen de ouders bericht dat zij contact kunnen opnemen met de directie van de Reestoeverschool, om een afspraak te maken voor een rondleiding en nadere informatie.

Wanneer de toelaatbaarheidsverklaring afloopt, wordt er door school, de verwijzende school, ouders en de commissies besproken of een verlenging wenselijk is.

Toelaatbaarheidsverklaring (TLV) en voorwaarden 

Een voorwaarde voor plaatsing in het speciaal basisonderwijs (SBO) of speciaal onderwijs (SO) is dat de Commissie Arrangeren (CA) daarmee een positief advies afgeeft aan de Commissie Toewijzing (CT). In dat geval beoordeelt de CT dit advies en geeft al of niet een TLV af. Daarop staat het nummer van het samenwerkingsverband, van de toelaatbaarheidsverklaring, de start- en einddatum en het bekostigingsniveau (laag/midden/hoog).
Verder gelden de volgende voorwaarden:
• De directie van de school vraagt namens het bevoegd gezag van de school van aanmelding de TLV aan. Dit is dus niet de verantwoordelijkheid van de ouders.
• De ouders kunnen bij het samenwerkingsverband bezwaar aantekenen tegen het besluit. Het samenwerkingsverband laat zich dan door de landelijke bezwaaradviescommissie adviseren.

Zonder genoemde toelaatbaarheidsverklaring is geen toelating tot het SBO of SO mogelijk, behalve wanneer dit gebeurt via een zogenaamde plaatsingsbekostigingsovereenkomst tussen de zorg en het SO.

5.2  Commissie van begeleiding (CvB)

De Commissie van Begeleiding (CvB) is belast met de coördinatie van de leerlingenzorg. In deze commissie zijn de volgende disciplines vertegenwoordigd:

  • directeur
  • orthopedagoge
  • maatschappelijk werkende
  • jeugdarts
  • intern begeleiders (IB) (voorzitter)

De CB bekijkt de dossiergegevens, zodra een leerling op de Reestoeverschool komt en maakt afspraken over de handelingsaanpak m.b.t. dit specifieke kind.

Dit houdt in:

  • Elk kind wordt gescreend door de logopedist en de Motorisch Remedial Teacher (MRT) en onderzocht door de jeugdarts.
  • Voor elk kind wordt door de IB een handelingsadvies opgesteld voor de eerste periode.
  • Er wordt door de orthopedagoge samen met de IB een ontwikkelingsperspectief profiel opgesteld.
  • De ouders van leerlingen uit groep 1 t/m 3 krijgen een huisbezoek van de maatschappelijk werkende. In alle andere gevallen gebeurt dit, als de school het nodig acht.

Zodra een kind een hulpvraag heeft, die de leerkracht niet kan beantwoorden, kan de leerkracht de CvB inschakelen. Het kan een hulpvraag zijn van verschillende aard: gedragsmatig, op leergebied, in de thuissituatie, medisch enz. De CvB bespreekt het probleem en zet er indien noodzakelijk actie op. De afspraken en de te ondernemen acties worden genotuleerd en in het dossier van de betreffende leerling vastgelegd.

    5.2.1.  GGD/Schoolarts (Jeugdarts)

    De GGD Jeugdgezondheidzorg, onderdeel van het Centrum voor Jeugd en Gezin, biedt op school onderzoeken en controleonderzoeken aan. De schoolarts maakt geen deel uit van het schoolteam, maar is wel lid van de CvB.

    Onderzoek

    Alle nieuwe leerlingen worden, samen met hun ouders, uitgenodigd voor een onderzoek door het team van jeugdarts en assistente. Vervolgens vindt er elke twee a drie jaar een vervolgonderzoek plaats. Deze onderzoeken vinden op school plaats.Voor het onderzoek ontvangen de ouders een informatiebrief en een vragenlijst. Hierin wordt toestemming gevraagd om de gegevens uit het onderzoek die van belang zijn voor het goed functioneren van de leerling op school, met de leerkracht door te mogen spreken.

    De sociaal medische ontwikkeling van de leerlingen wordt in kaart gebracht om de ouders en school zo goed mogelijk te kunnen adviseren. Tijdens dit onderzoek wordt de leerling onder andere gewogen en gemeten wordt het gehoor en het gezichtsvermogen onderzocht, houding en zo nodig motoriek etc.

    Controle-onderzoeken

    Het is mogelijk dat er altijd in overleg met ouders en kind een controleonderzoek wordt afgesproken van bijvoorbeeld lengte, gewicht, ogen of oren. Met de ouders wordt overlegd of het wenselijk is dat zij hierbij aanwezig zijn.

    Afspraak maken

    Een afspraak maken voor het spreekuur kan via onderstaand telefoonnummer of emailadres. Vermeld in de e-mail altijd de naam, de geboortedatum en de school van de leerling. Een afspraak afzeggen kan op dezelfde wijze. Dit kan niet via de administratie van de school.

    5.3  Leerlingvolgsysteem (LVS) - Parnassys

    Bij de zorg voor het kind zijn verschillende personen betrokken. Het is daarom van belang dat deze zorg op systematische en gestructureerde wijze plaatsvindt. Hieronder willen wij zicht geven, hoe deze zorg op onze school georganiseerd is.

    Het volgen van de ontwikkeling van een leerling
    Gedurende de gehele loopbaan van de leerling op onze school wordt zijn
    ontwikkeling nauwkeurig gevolgd en systematisch vastgelegd in ons digitale leerlingvolgsysteem (ParnasSys), waarvan de IB met het beheer en het toezicht is belast. U kunt hierbij onder meer denken aan: 

    • resultaten van:
      - onderzoeken op: psychologisch, medisch, didactisch (CITO toetsen voor speciale leerlingen), logopedisch terrein
      - toetsen bij de diverse vakken/methodes
    • afspraken n.a.v. overleg met ouders, de Commissie van Begeleiding en externe instanties
    • individuele- en groepshandelingsplannen

    Ouders kunnen gebruik maken van het 'ouderportaal', waarbij ze in kunnen loggen en de gegevens van hun kind kunnen inzien. 

    Wij gaan binnen de door de wet gestelde eisen met alle leerling-gegevens om. Zonder schriftelijke toestemming wordt door ons geen leerling-informatie aan derden verstrekt. Alle privacygevoelige gegevens van de leerling worden in een dossier in een afgesloten archiefkast bewaard.

    5.4  Interne zorgstructuur

    Twee keer per schooljaar worden alle kinderen d.m.v. niet methode-gebonden toetsen (grotendeels CITO toetsen voor speciale leerlingen) getest op het gebied van de leervorderingen. De resultaten van de toetsen en de voortgang van het leerproces worden, samen met andere ontwikkelingsgegevens en informatie met betrekking tot het sociaal functioneren, vastgelegd in het digitale leerlingvolgsysteem. Dit alles wordt besproken in een groepsbespreking, waarbij wordt beoordeeld of elke leerling zich ontwikkelt conform zijn/haar veronderstelde ontwikkelingsperspectief. De centrale vraag bij deze besprekingen is of de leerling zich al dan niet ontwikkelt volgens het verwachtingspatroon. Afhankelijk van het antwoord op deze vraag, kan besloten worden om aanvullend onderzoek te doen, dan wel extra hulp te organiseren. Deze hulp kan intern zijn en wordt dan in een werkplan vastgelegd. De hulp kan ook extern gezocht worden bij bepaalde deskundige instanties.

    De bevindingen uit het overleg worden besproken met de ouders tijdens een huisbezoek, contactmoment, of op een speciaal daarvoor afgesproken moment.

    5.5  Speciale leerlingen begeleiding (SLB)

    Alle extra zorg noemen wij Speciale Leerlingen Begeleiding. In principe ontvangt elk kind alle zorg en begeleiding in de eigen groep of in niveaugroepen. Wanneer er sprake is van een specifieke zorgvraag heeft de school de mogelijkheid om speciale leerlingbegeleiding (SLB) in te zetten. We hebben de volgende mogelijkheden:

    REMEDIAL TEACHING (RT):
    Binnen of buiten de groep worden specifieke instrumentele vaardigheden (bijvoorbeeld lezen en rekenen) extra geoefend.

    • MOTORISCHE REMEDIAL TEACHING (MRT)
    :
    Buiten de groep worden specifieke motorische vaardigheden extra geoefend, waarbij ook een externe fysiotherapeut is betrokken (zie MRT/fysiotherapie). Voor de fijne motoriek kunnen we ondersteuning vragen van een ergotherapeut. Beide specialisten zullen worden betaald middels de ziektekostenverzekering van het betreffende kind.

    LOGOPEDIE:
    Binnen en/of buiten de groep worden specifieke taal en spraakvaardigheden extra geoefend.

    Voor MRT en Logopedie worden alle leerlingen bij binnenkomst gescreend. Wanneer een kind in aanmerking komt voor SLB, worden ouders altijd geïnformeerd.

    SOCIALE VAARDIGHEIDSTRAINING
    Er is de mogelijkheid om leerlingen vanaf een bepaalde leeftijd sociaal emotionele vaardigheidstraining te geven middels een extern specialist.

    5.6  Dyslexieprotocol

    We gebruiken het Protocol 'Leesproblemen en Dyslexie' voor SBO dat is opgesteld voor het vroegtijdig signaleren en het inzetten van gerichte acties. Dit protocol is een handreiking, waarin o.a. suggesties en achtergrondinformatie beschreven staan.

    Vanaf groep 1 t/m 4 worden de toetsen, behorende bij het dyslexieprotocol, bij alle leerlingen afgenomen. In de handelingsplannen worden deze resultaten steeds weergegeven.

    Vanaf groep 5 worden vooral de kinderen gevolgd, waar een vermoeden van dyslexie bestaat. In de onderbouw ligt de nadruk op het vroegtijdig signaleren en aanpakken van lees- en spellingproblemen. In de bovenbouw gaat het om het voortzetten van de aanpak en het blijven volgen van deze leerlingen. Bij een vermoeden van dyslexie worden ouders door de leerkracht geïnformeerd en zullen in overleg met de orthopedagoge en de IB de noodzakelijke stappen worden doorgesproken.

    Bij vragen kunt u contact opnemen met de IB.

    5.7  Hulpverlening buiten de school

    Er zijn ook leerlingen die hulp krijgen van specialisten buiten de school. Vanzelfsprekend is het belangrijk dat er goed overleg en een goede afstemming is met wat op school met het kind gedaan wordt. De IB is in dit geheel het aanspreekpunt en de coördinator. Bij externe hulpverlening gaan wij ervan uit, dat deze begeleiding zoveel mogelijk buiten de reguliere schooltijden geschiedt. In het andere geval volgen wij onderstaande procedure.

    Verlofaanvragen t.b.v. extra leerhulp binnen schooltijd:

    Procedure:

    1. Ouders doen een (mondeling) verzoek voor externe hulpverlening
    binnen schooltijd aan school.
    2. Er volgt een gesprek tussen ouders, IB en directie
    3. Ouders leveren een schriftelijk verzoek aan de directie met stukken:
    - rapportage externe hulpverlener
    - rapportage IB Reestoeverschool
    - onderbouwing door ouder/verzorger
    4. De school maakt een afweging van alle belangen) en legt dit eventueel voor aan de leerplichtambtenaar, voordat er een beslissing wordt genomen
    5. De beslissing wordt door de directeur schriftelijk meegedeeld (ouders hebben het recht om bezwaar aan te tekenen tegen het besluit).

    Uitgangspunten besluitvorming (directeur/leerplichtambtenaar):

    • Hulp moet gericht zijn op het weer in gang zetten en/of het inhalen van een gestagneerde motorische-, cognitieve- of sociaal emotionele ontwikkeling.
    • De school kan deze inspanning niet organiseren binnen het lesprogramma, of aanbod SLB.
    • De aanvraag moet worden ondersteund door een deskundige (arts, tandarts, fysiotherapeut, logopedist, orthopedagoog of hulpverlenende instantie bijv. GGZ, Accare).
    • Er wordt een handelingsplan opgesteld (ouders, school en begeleidende instantie).
    • Ouders wordt geadviseerd deze behandeling zoveel mogelijk buiten schooluren te organiseren.

    Wanneer ouders zonder toestemming van de directeur hun kind van school halen voor extra leerhulp, wordt dit gemeld bij de leerplichtambtenaar (ongeoorloofd verzuim).

    5.8  Overgang naar voortgezet onderwijs

    Plaatsingswijzer
    Bij de kinderen vanaf de groepen zes wordt de zogenaamde Plaatsingswijzer met ouders en kinderen besproken. De Plaatsingswijzer geeft inzicht in de mate waarin de leerling zich volgens zijn perspectief ontwikkelt in relatie tot de uitstroombestemming, het type Voortgezet Onderwijs. De Plaatsingswijzer kan dus worden gezien als een (voorlopig) schooladvies op basis van de leerontwikkeling van dat moment.

    Het eindonderzoek
    De leerlingen die in de eindgroepen zitten, nemen deel aan het eindonderzoek. Het onderzoek omvat de volgende onderdelen:

    • Intelligentieonderzoek (m.u.v. leerlingen, die recent -1 jaar- zijn onderzocht).
    • Didactisch onderzoek naar het technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, rekenen.
    • Onderzoek naar het sociaal emotioneel functioneren d.m.v. vragenlijsten, ingevuld door de leerling en door de leerkracht.
    • Onderwijskundig rapport van de groepsleerkracht met betrekking tot de leervorderingen en het sociaal functioneren van de leerling, gedurende zijn/haar schoolloopbaan op de school.

    Er wordt n.a.v. bovenstaande een advies opgesteld, dat in een eindgesprek met de ouders wordt besproken.

    Doel van het onderzoek
    Om voor plaatsing in het Praktijkonderwijs (PO) en het VMBO (LWOO) of een andere vorm van Voortgezet Speciaal Onderwijs in aanmerking te komen moet een beschikking aangevraagd worden door de school voor voortgezet onderwijs. De school van herkomst levert een onderwijskundig rapport aan.

    Informatie naar de ouders
    Aan het begin van het schooljaar wordt er een informatieavond georganiseerd waarbij de leerkrachten informatie geven over de procedure. Ouders worden geïnformeerd wanneer het onderzoek plaats vindt. De ouders krijgen later in het jaar een uitnodiging voor een gesprek, waarbij zij de resultaten van het eindonderzoek en het advies van de school naar het Voortgezet Onderwijs uitgelegd krijgen. Na de eindgesprekken ontvangen de ouders een kopie van het eindonderzoek.

    In onze regio worden door het voortgezet onderwijs 'open dagen' gehouden. Ouders kunnen zich daardoor oriënteren op de verschillende vormen van VO.

    Contacten met het voortgezet onderwijs
    Naast informatieoverdracht via het onderwijskundig rapport worden leerlingen in een persoonlijk contact van de leerkracht met het voortgezet onderwijs besproken.

    Uitstroom
    De uitstroom van leerlingen naar het Voortgezet Onderwijs vanaf 2013-2014:


    2013-20142014-20152015-20162016-20172017-20182018-20192019-2020
    HAVO
    12 1
    VMBO KL t/m VMBO TL 2
    VMBO GL t/m VMBO TL, LWOO 2
    VMBO BL 2 1
    VMBO BL, LWOO 1212201417 3
    VMBO BL t/m VMBO KL, LWOO 1 3 2 12
    VMBO GL, LWOO
    VMBO KL, LWOO 2 1 7 2
    VMBO KL 1 22
    Praktijkonderwijs 13115 19126 9
    n.v.t. (geen advies) 1
    VMBO KL t/m VWO



    VSO 6 1 1 26 6
    Totaal39343240342418

    5.9  Drentse verwijsindex (DVI)

    Het bestuur van stichting Promes, waarvan ook onze school deel uitmaakt, heeft zich aangesloten bij het DVI. Als er meerdere hulpverleners van verschillende instanties met één kind bezig zijn worden de hulpverleners daarvan op de hoogte gesteld. Dan kan de hulpverlening goed op elkaar afgestemd worden.

    Het signaleringssysteem werkt als volgt:
    De deelnemende organisaties bepalen zelf wanneer ze een jongere aanmelden bij de DVI. Wanneer het bij één melding blijft, blijft de hulpverlenende instantie gewoon zijn werk doen. Wanneer er twee meldingen van verschillende instanties binnenkomen, ontstaat er een 'match'. De hulpverlenende instanties krijgen een signaal dat ook een andere organisatie hulp biedt. De hulpverleners worden met elkaar in contact gebracht. De beheerders van het systeem weten niet wat er met het kind aan de hand is, alleen dát er iets aan de hand is. De beheerders weten wel wie de hulpverleners zijn. Het signaleringssysteem heeft een privacyreglement, zoals door de Wet Bescherming Persoonsgegevens wordt voorgeschreven. Deelnemers aan dit systeem zijn partners op het gebied van Werk en  Inkomen, Welzijn, Zorg, Politie/Justitie, Jeugdzorg en Onderwijs.